Kooplieden en stadspolitiek
Prijs
39,00

Op werkdagen voor 23.00 uur besteld, volgende dag in huis

Politiek bezien waren Amsterdamse kooplieden in de 18e eeuw mannen van het tweede plan. De meesten hadden geen ambitie om zich als regent met de politiek in te laten. Toch betraden ze vanaf circa 1740 af en toe het centrum van de politieke macht in de stadstaat Amsterdam. Zij wensten veranderingen in het politieke regime van de stad en meer invloed op de stedelijke regering. Hierdoor raakten ze – de één meer dan de ander – betrokken bij revoltes, revoluties en staatsgrepen, en daarmee ook bij processen van democratisering. Ze eisten handelingsruimte om hun rol als pater familias, ondernemer, gelovige, stadsbewoner en bestuurder te kunnen spelen, ook als dat ten koste ging van die van het regentenpatriciaat en de calvinistische kerk. De term 'koopmansfamilisme' werpt een nieuw licht op hun drijfveren binnen de Amsterdamse politiek in de 18e en begin 19e eeuw. Het kleinbeeld van de Ygracht (tegenwoordig onderdeel van de Prins Hendrikkade) geeft daarbij een waaier aan verschillende gezichtspunten. Zij zagen de handelsbewegingen die zich vanuit het IJ wereldwijd vertakten, maar tegelijkertijd wortelden zij steeds dieper in de gangen en hallen van het Paleis op de Dam. In de roerige periode tussen 1740 en 1830 maakten zes Ygracht-kooplieden verschillende regimeveranderingen aan den lijve mee. Hun inzet en optreden worden kleurrijk beschreven.

0 | 0